(FOR ENGLISH VERSION: www.apaul.exto.org )
Mijn schilderijen starten vanuit de geleefde ervaring, ze zijn een respons op de dingen, niet op ideeën. Of ik schilder nu realistisch of grotendeels abstract, het is altijd mijn bedoeling om dichter te komen bij een ‘werkelijke werkelijkheid’ voorbij de oppervlakte. Al schilderend, verdwijn ik in het onderwerp, en het onderwerp in mij; als het goed is, belichaamt en communiceert het schilderij deze ervaring van balans en harmonie, van één zijn met de wereld.
Ik wil dat mijn schilderijen leven en in leven blijven als ze aan de muur hangen. Ik wil dat alles in het schilderij samen trilt en op elkaar inwerkt, kleuren, verfvlekken, ritme, licht en donker, texturen die resoneren en telkens mysterieuze ruimtes openen zodat hoe langer je kijkt hoe meer je ziet. Ik zou onuitputtelijke schilderijen willen maken.
Volgens Baudelaire ging de modern kunst van 1846 over ‘ intimiteit, spiritualiteit, kleur, verlangen naar het oneindige’. Dit zijn tijdoverstijgende waarden waar ik me verwant mee voel. Ik hou ook van Cézannes beschrijving van zijn doel als ‘een harmonie die parallel loopt met de natuur’.
Mijn schilderijen van mensen en dieren gaan over het pathos en drama van het bestaan. De ‘familiekiekjes’ serie ook. Deze laatste zijn gebaseerd op oude foto’s, en hebben dus een persoonlijke kant; in zekere zin zijn ze autobiografisch en intiem. Maar ze zijn ook een reflectie op de geschiedenis, op de fotografie en op het afbeelden in het algemeen. In nog breder opzicht, hebben ze te maken met hoe we bestaan in de stroom van de tijd, en hoe we onze levens dromen.
De ‘familiekiekjes’ zijn schilderijen die er op het eerste gezicht uitzien als foto’s.
Ik heb ook een serie foto’s gemaakt die er op het eerste gezicht uitzien als abstracte schilderijen (zie groep ‘diepte van oppervlak’). Dit zijn zeven van de zeventien foto’s die te zien zijn in Galerie de Opsteker tot eind februari (zie : 'Exposities’: 'de som der delen').